Vogels zijn kleurrijke, levendige dieren die vaak nog zingen of praten ook. Kanarievrouwtjes (poppen) zijn een uitzondering: deze zingen niet.
Vogels zijn echter ook dieren die iedere dag verzorgd moeten worden en geen halve dag zonder voer of water kunnen. Tot de gemakkelijk te houden vogelsoorten behoren de kanarie, zebravink, agapornis en de grasparkiet. Ze stellen geen hoge eisen aan de verzorging en huisvesting. Bovendien zijn ze goedkoop, gaan snel tot broeden over en zijn in ontzettend veel kleurslagen te koop. Enkele populaire kanarie rassen zijn de Fife Fancy, de Norwich, de Gloster, de Lizard en Yorkshire kanarie. Het zijn vogels die hoofdzakelijk met zaden gevoerd kunnen worden. Bij de aanschaf moet u erop letten dat de vogels levendig zijn en niet in een hoekje op de grond zitten of als een bolletje op de stok.
Ze mogen niet mager zijn. Dit is te voelen aan het borstbeen van de vogel. Een magere vogel heeft een 'scherp' borstbeen. De veertjes aan de onderzijde bij de staart mogen niet besmeurd zijn. Dit kan wijzen op diarree. Bij het blazen van de veertjes op de onderbuik mogen geen donkerrode of donkerpaarse vlekken te zien zijn.
Eén of meerdere vogels
Een kooivogel alleen houden kan wel als de eigenaar veel thuis is en genoeg aandacht geeft aan de vogel. Als dat niet het geval is bestaat het risico dat de vogel eenzaam en ongelukkig wordt, zichzelf gaat kaal pikken en uiteindelijk dood gaat. Dan is het verstandig om meerdere vogels te nemen. Het gemakkelijkste is om ze tegelijk aan te schaffen. Het hangt nog wel eens af van de soort vogel of een later binnengebrachte nieuwkomer verdragen wordt, maar in de meeste gevallen gaat het goed. Vraag hier over om advies in de winkel of aan de kweker. Belangrijk is wel dat de kooi bij meerdere vogels ruim genoeg is. Dat maakt de kans op conflicten kleiner. Er kunnen allerlei combinaties worden aangeschaft, zoals twee vrouwtjes, twee mannetjes of een mannetje en een vrouwtje. Of dit mogelijk is hangt af van de soort. Een paartje samen betekent niet altijd automatisch dat er nakomelingen zullen komen. Bovendien is het niet altijd gemakkelijk aan de buitenkant te zien of u met een mannetje of vrouwtje te maken heeft.
Huisvesting
Vogels in huis
De hierboven genoemde vogels kunnen gehuisvest worden in een goed geventileerde kooi van minimaal 40 x 40 cm. Een handige vuistregel voor de grootte van een kooi is: een vogel moet zijn vleugels kunnen spreiden en bewegen zonder de tralies of zitstokken te raken. De kooi moet op een tochtvrije plek staan. Bovendien niet direct in de zon en niet te laag (ongeveer op ooghoogte). Bij voorkeur tegen een muur, niet te dicht bij kamerplanten of geluidsbronnen. Een kooi hoort niet bij het raam geplaatst te worden, dit is 's winters te koud en 's zomers te warm.
Voor een grasparkiet of agapornis moet een kooi horizontale spijlen hebben om het klimmen van de vogel mogelijk te maken. Voor een kanarie zijn verticale spijlen het beste.
De bodembedekking kan bestaan uit volièrezand. De steentjes en stukjes schelp die daarin zitten, zijn goed voor de spijsvertering en de kalkvoorziening. Afhankelijk van de grootte van de kooi en het aantal vogels moet de bodembedekking eenmaal per twee a drie weken ververst worden. Er moet voldoende zitgelegenheid zijn in de kooi, bestaande uit minimaal twee ovale zitstokken. De diameter moet dusdanig zijn dat de teentjes bijna de zitstok kunnen omvatten. De stokken worden niet boven de voeren waterbak geplaatst om bevuiling hiervan te voorkomen.
Vergeet niet om speeltjes aan te brengen in de kooi: ladders, onbespoten fruitboomtakken en kauw speeltjes (met name voor parkieten en de agapornis).
Benodigdheden
• kooi
• water- en voerbakje
• vogelvoer (speciaal voer vogelsoort plus ei- of krachtvoer)
• vogelgrit en een sepiaschild
• vogelbadje
• ovale zitstokken
• volièrezand
Los vliegen
Als een vogel redelijk tam is kan hij in de kamer vrij rondvliegen. Zorg ervoor dat de vogel hoge plaatsen heeft om te landen en dat de ruimte goed afgesloten kan worden. Doe eventueel de gordijnen dicht om te voorkomen dat de vogels tegen de ramen opvliegen. Houd rekening met eventuele giftige kamerplanten en de aanwezigheid van andere huisdieren, zoals katten. Laat de vogel tijdens het vliegen nooit alleen. Zorg dat een eventueel aanwezige open haard afgesloten is en dat kaarsen op onbereikbare plaatsen staan. Als de vogel gepakt moet worden kan dat makkelijker gebeuren als alles verduisterd is. In het donker zien ze niet veel.
Buitenvolière
Kanaries, zebravinken en graspar kieten zijn wel 'winterhard', maar een buitenvolière moet wel beschikken over een tochtvrij nachthok of goed beschutte, tocht vrije hoeken. Hiervoor kunnen ook struiken en heesters die hun blad niet verliezen (bijvoorbeeld een laurierstruik) gebruikt worden. De vogels moeten droog en uit de wind kunnen slapen. In een volière kunnen meerdere dikke en dunne stokken, takken of twijgen aangebracht worden. Ook een volière moet regelmatig schoongemaakt worden. Uitwerpselen moeten worden opgeruimd en de stokken schoongemaakt. De gehele bodem moet eens in de twee tot drie weken schoongemaakt worden.
Om bevriezing te voorkomen mogen de vogels geen gelegenheid hebben om op metalen of kunststof stangen te slapen. Badwater mag gerust, maar zorg dat de vogels 's winters niet nat gaan slapen. Haal eventueel badwater tijdig in de middag weg. Door wat druivensuiker of honing door het drinkwater te doen krijgen de vogels extra calorieën binnen en het water zal minder snel bevriezen. Ook kan gebruik gemaakt worden van kleine verwarmingselementen in het drinkwater tegen bevriezing. Controleer tijdens vorstperiodes regelmatig of het water niet bevroren is.
In de zomer worden vogels 'broeds' en gaan een eigen territorium afbakenen. De mannetjes gaan proberen om een vrouwtje te veroveren. Om de rust in de buitenvolière enigszins te waarborgen, is een aantal voorzorgsmaatregelen noodzakelijk. Zorg er voor dat de vrouwtjes kunnen vluchten en zich kunnen verschuilen voor lastige mannetjes, bijvoorbeeld in planten en struiken. Om vechtpartijen te voorkomen kan het zinvol zijn om niet meer dan één koppel van een bepaalde soort per volière te huisvesten.
Voeding
De kanarie, zebravink, agapornis en grasparkiet zijn zaadeters. Er zijn bij de dierenwinkel standaardmengsels verkrijgbaar, voer dat door veel vogelsoorten gegeten kan worden en speciale, voor de vogelsoort samengestelde, zaadmengsels, bijvoorbeeld kanarie- of zangzaad. Vogels ontdoppen het zaad en eten het binnenste op. De zaadhuisjes worden in het rond gestrooid of blijven in het bakje liggen. Zie deze doppen niet aan voor voer! Daarmee loopt u het risico dat u geen nieuw voer geeft en dat de vogels sterven door energietekort. Vooral een tijdelijke verzorger, bijvoorbeeld in de vakantie, moet dit goed worden uitgelegd. Blaas elke dag de lege huisjes weg en vul het voerbakje weer aan met nieuw voer. Een vogel heeft een lichaamstemperatuur van ongeveer 40 °C en in een buitenvolière kunnen de temperatuursverschillen vooral in de winter groot zijn. Dat betekent dat het dier energierijke voeding ter beschikking moet hebben. Als de vogels het eten, kunnen vette mezenbollen gegeven worden. Een zaadmengsel alléén is echter niet voldoende. Geef de vogels hiernaast minstens tweemaal per week een theelepeltje kracht- of eivoer. Niet teveel, anders vervetten de dieren en kan de kanarie minder gaan zingen. Wanneer vogels jongen hebben, moeten ze altijd over eivoer kunnen beschikken. Naast zaad en eivoer wordt er wat grit en een sepiaschild beschikbaar gesteld. Deze zijn nodig voor botgroei, eivorming en een goede werking van de maag. Fruit en groenvoer zorgen voor afwisseling van de voeding en zijn rijk aan vitaminen. Bij kanaries kan teveel fruit tot problemen leiden. Stukjes appel, peer, druif, sinaasappel of een lekker stukje sla of andijvie worden door de meeste vogels gewaardeerd. Zorg er wel voor dat het altijd goed gewassen is. Trosgierst tenslotte is iets waar elke vogel dol op is. Enkele giftige voedingsmiddelen voor vogels zijn: chocolade, avocado, cafeïne (koffie, thee, cola), alcohol (bier, wijn) en sommige fruitpitten (appelpitten, perzikpitten en pruimenpitten).
Het is heel belangrijk dat een vogel dagelijks vers drinkwater krijgt. Een vogelbadje aan de kooi is ook noodzakelijk, al hoeft het niet te allen tijde beschikbaar te zijn; beter elke dag een paar uur een schoon badje ophangen en weer verwijderen.
Voortplanting
Als vogels broedrijp worden moet de voeding worden aangepast om ze in optimale conditie te houden. Naast het juiste zaadmengsel en ei-of krachtvoer worden extra eiwitten gegeven in de vorm van meel-wormen, maden, krekels, wasmotten of regenwormen. Er moet nestmateriaal en nestgelegenheid (nestkastje) beschikbaar worden gesteld. Tijdens het broeden en nadat de eieren zijn uitgekomen moeten vogel(s) zo veel mogelijk met rust worden gelaten. Wanneer de jonge vogels zelfstandig kunnen eten dienen ze bij de oudervogels weggehaald te worden, anders bestaat de kans dat de vader zijn zonen gaat zien als concurrenten binnen zijn territorium. Daardoor kunnen gevechten ontstaan, waarbij de jongere vogels verwondingen kunnen oplopen. Ook wordt het nestkastje verwijderd. Dit voorkomt het eindeloos doorbroeden met uitputting van de dieren als gevolg. Meestal stopt de neiging tot broeden bij het begin van de najaarsrui. Wanneer een vogel ongewenst aan de leg raakt of eitjes blijft leggen die niet bevrucht (kunnen) worden kan de vogel zich uitputten. Een dierenarts kan de vogel dan de prikpil geven om het eitjes leggen te stoppen.
Gezondheid
• Een gezonde vogel maakt een levendige indruk, heeft heldere oogjes, een goede regelmatige ademhaling met een gesloten snavel, een glad verenpak zonder kale plekken en niet te lange nagels.
• Een zieke vogel blijft vaker op de bodem van de kooi slapen of steekt de kop overdag vaker tus sen de veren. Een zieke vogel kan 'bolzitten'. Warmte kan hem dan veel goed doen.
• Een dag zonder eten betekent meestal de dood van een vogel die veel energie nodig heeft voor zijn hoge stofwisseling.
De meest voorkomende doodsoorzaken onder vogels zijn:
• Een gebrek aan water omdat de waterfles niet meer goed functioneert of het balletje vast zit. Controleer dus elke dag de drinkwatervoorziening.
• Giftige gassen of dampen: anti-aanbaklagen en andere huishoudelijke artikelen met een anti-aanba- klaag gemaakt van polytetrafluorethyleen (PTFE) kunnen giftig zijn voor vogels. Wanneer deze oververhit raken komt er dampvrij die dodelijk is voor vogels. Houd vogels dus uit de keuken tijdens het koken. Ook ontsmettingsmiddelen en andere schoon maakmiddelen kunnen dampen afscheiden die dodelijk zijn voor vogels evenals gaslekken.
• Trauma of ongeval, bijvoorbeeld een vogel die onder het kussen op de bank gekropen is en geplet wordt, een vogel die over de vloer loopt of achter de eigenaar aanloopt en tussen de glazen schuifdeur terechtkomt of een vogel die zich elektrocuteert door het doorbijten van kabels.
• Andere huisdieren: laat vogels nooit zonder toezicht in huis rondvliegen en lopen, zeker niet als er andere dieren als honden en katten aanwezig zijn. Door iets te enthousiast 'spelen' kan de vogel dodelijk verwond raken.
1 Giftige voedingsmiddelen (zie eerder) en kamerplanten zoals Dieffenbachia en Oleander.
• Oververhitting (zie Vogels in huis): plaats een kooi niet bij een raam waar direct zonlicht binnenkomt of te dicht bij de radiator.
• Verkeerde voeding: tekorten aan vitaminen kunnen leiden tot ernstige ziekten, omdat het afweer systeem niet optimaal werkt. Een vogel laat niet snel zien dat hij ziek is, dus als u iets afwijkends ziet, wacht dan niet te lang met contact opnemen met de dierenarts.