Home  >  Knaagdieren

Alles wat U graag wilde weten over knaagdieren en fretten.

 

De fret is een roofdiertje dat nauw verwant is aan de bunzing en familie is van de wezel en de marter. Ze worden gemiddeld zes tot tien jaar oud. Het zijn erg slimme, beweeglijke en speelse diertjes.

Door hun nieuwsgierigheid en onderzoeksdrang zijn ze erg leuk voor de eigenaar. Fretten slapen het grootste deel van de dag, maar als ze wakker zijn kunnen ze gaan spelen en rennen. Het beste is om een dergelijke afleiding onder toezicht te laten plaatsvinden. Als een jonge fret wordt gekocht, moet deze ouder zijn dan acht weken. Tot die tijd hoort hij nog bij zijn moeder.

Een fret is goed op te voeden en kan zindelijk worden gemaakt met behulp van een 'fretten/kattenbak'. Het bijten moet op jonge leeftijd worden afgeleerd door direct met de stem of hoog piepgeluid te straffen. Ook kan het dier direct in de kooi worden geplaatst en gene­ geerd. Beloon het dier als het gewenst gedrag vertoont.

Fretten zijn graag in gezelschap van een soortgenoot om mee te spelen en samen te slapen. Daar de fret echter van nature geen groepsdier is, is het wel belangrijk dat beide fretten goed met elkaar kunnen opschieten, zodat er geen stress kan ontstaan. Ook met een hond of kat gaat het meestal goed. Ze houden er zelfs van om met de eigenaar op stap te gaan, zittend op de schouder of lopend aan een bandje. Zowel de vrouwtjes als de mannetjes worden 'gecastreerd'. Fretten zijn voor kleine kinderen en onervaren huisdierbezitters minder geschikt. Bij stress of heftige schrik kan een fret zijn anaalklieren leegknijpen. Dan verspreidt hij een erg vieze lucht.

 

Huisvesting

De fret moet een ruime (100 x 60 x 60 cm) eigen, goed afsluitbare kooi hebben om in te slapen en te bewegen. Ze slapen wel achttien uur per dag. Het echte spelen en rennen gebeurt dan buiten de kooi, minimaal vier uur per dag. Als een fret te weinig beweging krijgt, wordt hij sloom en kan hij te dik worden.

De kooi kan ook buiten staan, alleen wel tochtvrij en niet in de zon. Bij hoge temperaturen (boven de 30 °C) kan een fret van de warmte sterven. Gebruik oude t-shirts, lappen of dekentjes als bodembedekking en geen hooi, stro of zaagsel. De dieren zijn erg gevoelig voor het stof hieruit en kunnen gaan niezen. In de frettenbak kan stofvrije kattenbakvulling worden gebruikt. Slapen doet een fret graag opgerold onder doeken of in een slaapzakje, eventueel in een kartonnen doosje of een apart nachthokje. Er kan speelgoed gegeven worden zoals plastic tunnelpijpen of pingpongballen. Geef geen rubberen voorwerpen. Daar kunnen ze stukjes vanaf knagen die na het doorslikken ervan ver­ stopping veroorzaken.

 

Voeding

Een fret moet als echte vleeseter eiwit en vetrijk voer hebben met weinig koolhydraten. Het beste kunnen daarvoor kittenbrokjes van uitstekende kwaliteit worden gebruikt. Laat een fret van jongs af aan wennen aan verschillende merken voer. Er is ook speciaal frettenvoer op de markt. Blikvoer bevat meestal minder eiwit en is ook minder goed voor het gebit. Laat altijd wat eten in de kooi staan, zodat een fret verdeeld over de dag kleine beetjes kan eten. Het is normaal als een fret eenderde van het lichaamsgewicht ver­ liest in de zomer. Als het dier verder gezond is, hoeft u zich geen zorgen te maken. Water kan in een fles met een drinknippel worden aangeboden, dit is het meest hygiënische. Melk kan diarree veroorzaken.

Voortplanting

Speciale aandacht moet u schenken aan de voortplanting omdat vrouwtjes, waar niet mee wordt gefokt, heel lang loops kunnen blijven. Hiervan kunnen ze ernstig ziek worden en het is dan ook beter om een vrouwtje, waar u geen jongen van wilt, voor de eerste loopsheid te castreren. Ze wordt loops in het eerste voorjaar na de geboorte en is dan tussen de zes en negen maanden oud. De loopsheid is te herkennen door de zwelling van de geslachtsopening. Na een dekking, ongeveer twee weken na het begin van de loopsheid, is een vrouwtje gemiddeld 42 dagen drachtig en de worpgrootte bedraagt gemiddeld acht jongen.

Een mannetjesfret is gedurende de periode december tot juli seksueel actief en verspreidt dan een sterke lichaamsgeur. Ook kunnen ze brutaler worden. Deze nadelen verdwijnen als de dieren worden gecastreerd. Dit kan vanaf een leeftijd van vijf maanden.

Gezondheid

• Een gezonde fret is levendig, attent, eet en drinkt, heeft een aangesloten, glanzende vacht, geen jeuk, schone neus en ogen, beweegt zich normaal voort, perst niet op de ontlasting of bij het urineren en heeft normale ontlasting.

• Fretten moeten op negen en veertien weken worden ingeënt tegen hondenziekte (jaarlijks herhalen).

• Een rabiësenting is alleen nodig als de fret meegaat naar het buitenland.

• Ze kunnen ook vlooien hebben. Behandel met de middelen voor de kat.

Als een fret kan weglopen is het mogelijk om deze te laten chippen bij de dierenarts.

 

Konijnen en knaagdieren

Konijnen en knaagdieren zijn al heel lang heel geliefde huisdieren van grote en kleine mensen.

De bekendste kleine zoogdiersoorten zijn de knaagdieren en konijnen. Een konijn is, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, geen knaagdier. Samen met de haas behoort een konijn tot de haasachtigen. Haasachtigen hebben achter hun voortanden nog een paar stifttandjes zitten en zijn echte planteneters. Bij het konijn kennen we veel rassen, maten (van dwerg­tot reuzenras) en kleuren. In principe zijn het vriendelijke dieren en vooral kinderen zijn er gek op. Dwergkonijnen zijn vaak wat schrikachtiger en kunnen sneller agressie vertonen. Grote rassen zijn veel makker, maar minder geschikt om binnenshuis te houden.

Muizen, ratten, hamsters en gerbils zijn muisachtigen die samen met de cavia's, chinchilla's en degoes (knaagdierachtigen) onder de knaagdieren vallen. De meeste van deze kleine en populaire zoogdieren zijn relatief gemakkelijk te houden. Elke dag schoon water, vers voer en hooi (cavia, konijn, chinchilla), soms aangevuld met groente en fruit en regelmatig een schoon hok of kooi is voldoende. Een overzicht van de kenmerken van de verschillende kleine zoogdieren staat in de tabel elders op deze pagina.

Konijnen, cavia's, gerbils, muizen, dwerghamsters, chinchilla's en degoes zijn sociale dieren die graag in groepsverband leven (uitzonderingen: Syrische hamster en Chinese dwerghamster). Het is echter niet altijd gemakkelijk om ze aan elkaar te laten wennen als ze niet samen zijn opgegroeid.

Daarom is het beter om ze vanaf jonge leeftijd samen te laten opgroeien. Op oudere leeftijd is het goed om ze eerst met elkaar te laten 'kennismaken' op een plek waar ze niet eerder geweest zijn, zoals in de badkamer of bij de buren. Er kunnen anders gevechten uitbreken om het territorium (=eigen gebied) te verdedigen. Gerbils zijn nachtdieren die tegen hoge temperaturen bestand zijn en weinig water nodig hebben.

Huisvesting en verzorging

Konijn

Konijnen kunnen zowel buiten als binnen in een ruime kooi of hok gehuisvest worden waar ze languit in kunnen liggen. Minimale grootte voor kleine rassen 60 x 75 x 70 cm (l x b x h) en voor grote rassen 60 x 120 x 70 cm. Een buitenhok moet wel beschermen tegen zon, wind en regen. Konijnen kunnen sterven aan oververhitting, bijvoorbeeld als het hokje in de felle zon staat en onvoldoende kan ventileren. Geef vlas of houtschaafsel als bodembedekking: een voldoende dikke laag neemt goed de urine op. Maak het hok wekelijks schoon, het ontlastinghoekje dagelijks. Konijnen moeten een paar uur per dag buiten kunnen huppelen in huis of in de tuin (buitenren). Niet alleen omdat dit bij het normale gedrag past, maar anders bestaat ook het risico dat de dieren gaan vervetten. Als ze nog heel jong zijn, mogen ze nog niet naar buiten als het koud is. Let er wel is huis op dat ze niet aan elektriciteitsdraden, planten of tapijt kunnen knagen.

 Geef het konijn wel altijd hooi ter beschikking om in zijn knaagbehoefte te voorzien en als belangrijke bron van vezels. Een , konijn kiest altijd een vaste hoek uit voor zijn behoefte. Ze zijn daarom goed zindelijk te maken op een soort kattenbak die daar geplaatst wordt. Gebruik zachte kattenbakkorrels. Als mannetjes urine sproeien kan castratie uitkomst bieden. Konijnen zijn groepsdieren, echter als er meerdere mannetjes bij elkaar worden gehouden, kunnen ze gaan vechten. Ook vrouwtjes kunnen beter op jonge leeftijd gecastreerd worden om baarmoederkanker op latere leeftijd te voorkomen. Meer dan 80 procent van de voedsters ouder dan vier jaar kan last krij­ gen van baarmoedertumoren.

Pak een konijn niet bij de oren of het nekvel op en steek ook geen hand naar hem uit. Dit laatste kan een aanval op de hand uitlokken. Leg gewoon een hand onder de buik en de borst. De rug moet goed worden vastgehouden als het konijn tegen de borst wordt gedrukt. Dit om te voorkomen dat het zich met de sterke achterpoten afzet en zichzelf (de rug) kan beschadigen. Dicht bij het lichaam houden geeft het konijn een veilig gevoel. Konijnen bijten zelden, maar kunnen met de krachtige achterpoten wel fors krabben. Bij opwinding of angst kan een konijn flink met de achterpoten roffelen en soms gillen.

Als een konijn in de rui is, mag de vacht geborsteld worden om de dode haren te verwijderen. Hiermee wordt voorkomen dat zich haarballen vormen in de maag. Een konijn kan niet braken en teveel opname van haren kan leiden tot een maagverstopping.

 

Cavia

 

Cavia's zijn heel gemakkelijke huisdieren met weinig eisen. Ze hebben niet veel ruimte nodig, verspreiden geen geur, bijten niet snel en zijn leuk om mee om te gaan. Een cavia kan allerlei fluitachtige geluiden maken en wil de hele dag wel eten. Om ze niet te dik te laten worden moeten ze vooral hooi en groenvoer krij­gen. Cavia's houden van gezelschap, dus twee vrouwtjes of twee mannetjes, van jongs af aan samen, is het meest diervriendelijk. Houd cavia's en konijnen liever niet samen: konijnen kunnen cavia's ernstig verwonden met hun sterke achterpoten. Bovendien hebben ze andere voedingsbehoef­ ten. Een cavia moet in een kooi worden gehuisvest met voldoende ventilatie. Twee cavia's in een kooi van 100 x 50 x 40 cm (l x b x h).

De randen van de bodem moeten hoog genoeg zijn om de bodembedekking en het voedsel in de kooi te houden, maar de dieren wel de gelegenheid geven om over de rand heen te kijken. Een cavia kan niet, zoals het konijn, zindelijk worden gemaakt. Een cavia moet zich kunnen verschuilen in hooi of een doosje. Op de bodem van de kooi komt hooi, stro of papiersnippers op zaagsel en kranten. De laatste twee lagen om de urine te absorberen. Tegenwoordig zijn er allerlei goede (geur) absorberende bodembedekkers verkrijgbaar. Een cavia wordt meestal bij kamertemperatuur gehouden, maar kan bij gewenning en vol­ doende beschutting ook bij koudere temperaturen worden gehouden. Bij temperaturen boven de 30 °C kunnen ze er last van krijgen.

 

Een cavia vindt aaien meestal heerlijk, maar houdt er niet van om opgetild te worden. Als dit nodig is, dan is het het beste om het dier met beide handen vast te pakken. Leg één hand onder de voorborst (niet van bovenaf) en gebruik de andere als ondersteuning van de achterband. Laat een cavia niet zonder toezicht op een tafel lopen. Cavia's kunnen, als ze vallen, gemakkelijk iets breken.

Degoe

De degoe is nauw verwant aan de cavia en is een sociaal levend dier. Daarom worden ze ook altijd samen gehouden. Ze hebben vier grijppootjes waarmee ze met gemak tegen de tralies van de kooi omhoog klimmen. Net als de cavia maakt de degoe piep- en gromgeluidjes. In tegenstelling tot veel andere knagers zijn degoes overdag actief en slapen ze 's nachts. De huisvesting van degoes kan bestaan uit een grote kooi (60 x 40 x 50 cm) met fijne tralies, het zijn maar kleine die­ ren, met een boomstam waarin ze lekker kunnen klauteren.

De bodem moet van stevig kunst­ stof of metaal zijn, want degoes zijn echte slopers. Op de bodem komen kranten of kattengrit met daarop stofvrije houtkrullen en in de hoek een zware bak met chin-chillazand voor een regelmatig zandbad. De kooi moet wekelijks worden schoongemaakt. Vergeet niet om diverse speeltjes ter beschikking te stellen, zoals klimspullen, een rad en knaagmogelijkheden zoals wilgentakjes. Ten slotte mag een (donker) kastje om zich terug te kunnen trekken niet verge­ten worden.

Chinchilla

 

Een chinchilla kan alleen goed worden gehouden als deze vrij kan rondlopen. De meeste kooien zijn erg klein en veel hokken en kooien worden daarom zelf gefabriceerd. Een kamervolière is nog de beste keuze. De grootte voor één dier bedraagt minimaal 100 x 50 x 50 cm en heeft één dichte wand of staat tegen de muur. Aangezien chinchilla's het liefst als paartje worden gehouden, moet de kooi al twee keer zo groot zijn. Het is belangrijker dat de kooi diep en breed is dan hoog. De beste plek is bij kamertempe­ ratuur, op een tochtvrije plek, uit de zon. Een lage luchtvochtigheid (droge lucht) is van belang voor de vachtkwaliteit en om infecties te voorkomen. Omdat een chinchilla, net als een degoe veel knaagt, zijn hout en plastic (splinters) gevaarlijk en kan beter gebruik worden gemaakt van aluminium, glas en gaas. Eventueel kan hout afgeschermd worden met gaas of glas. Op de bodem komt absorberend kattengrit met er bovenop houtkrullen.

Voor het klimmen kunnen plankjes worden aangebracht op verschillende hoogten of brede takken. Water wordt gegeven in een fles met drinknippel, want open waterbakjes worden snel vies. De dieren nemen graag een zandbadje in fijn zand dat lijkt op de natuurlijke vulkanische as. Er is voor dit doel speciaal chinchilla badzand in de dierenspeciaalzaak verkrijgbaar. Het is behalve voor de lichaamsverzorging ook heel belangrijk voor het algemeen welbevinden van het dier. Verschoon dit zand elke dag en plaats het slechts enkele uren in de kooi om gebruik als toilet te voorkomen. Chinchilla's houden ervan om weg te kruipen, zeker als ze slapen of jongen hebben. Daarom worden er houten nestkastjes in het verblijf aangebracht. Niet te hoog om valpartijen, vooral van jongen, te voorkomen.

Als het dier plotseling wordt gegrepen of tijdens stress wordt geaaid, kan het hele stukken vacht loslaten. Dit noemen we 'furslip'. Het duurt maanden voordat dit weer is aangegroeid. Daarom moet een chinchilla altijd voorzichtig benaderd en niet opgejaagd worden. Dan kunnen ze zelfs gaan bijten en met urine sproeien. Het gemakkelijkste kan het dier worden opgepakt bij de staartwortel en soepel op de arm worden gezet. Met de andere hand worden de oren gepakt en aangedrukt. Een chinchilla went snel aan één persoon. Deze kan de dieren het beste telkens pakken.

 

Hamsters

Naast de populaire Syrische (goud)hamster komen we ook de Chinese, Russische en Roborovski dwerghamster tegen. De eerste wordt zo'n 14-19 cm groot, de laatste maar tien cm. Het,zijn schemer- of nachtdieren en ze slapen dus vooral overdag. Voor kinderen zijn ze daarom minder geschikt, ze zijn wakker als de kinderen naar bed gaan.

De meeste hamsters en zeker de Syrische hamster en Chinese hamster moeten alleen gehuisvest wor­ den. Anders kunnen er hevige, levensbedreigende gevechten uit­ breken! Hamsters zijn grote gravers en knagers en de kooi (minimale afmetingen 35 x 25 x 17,5 cm) moet dan ook regelmatig gecontroleerd worden op eventuele schade. Hamsters verzamelen van alles in hun nest. Op de bodem liggen houtkrullen op kranten en in het hoekje waar de ontlasting wordt gedaan kan absorberend kattengrit worden gebruikt. Liever geen zaagsel, dit kan verstopping veroorzaken. De hamster bouwt graag nesten en hiervoor kunt u ze nestmateriaal geven, zoals hooi of houtwol. Om het dier voldoende beweging te geven staat een looprad ter beschikking. De kooi moet wekelijks worden schoongemaakt, waarbij ook rottend voedsel, wat door de hamster veelvuldig wordt opgeslagen, wordt verwijderd.

Hamsters zien over het algemeen niet zo goed en kunnen bijten wanneer ze bang zijn of wanneer ze slapend worden opgepakt. Ze vertonen bij angst een dreighouding die bestaat uit het op de zij en de rug rollen. Mannetjes zijn over het algemeen tammer en gemakkelijker te hanteren dan vrouwtjes.

 

Laat ze wennen aan uw handen door ze rustig te aaien en nog niet op te pakken. Voer ze eerst stukjes voedsel maar raak de dieren dan nog niet aan. Ze ruiken anders het voedsel en kunnen dan in de vingers bijten. 'Schep' uiteindelijk de hamster tussen twee handen uit de kooi of laat het in een bekertje lopen. Probeer pas na gewenning voorzichtig het dier te omvatten. Knijp vooral niet te hard! Kinderen kennen vaak hun eigen krachten niet en kunnen een hamster makkelijk ernstig verwonden.

Gerbil

De Mongoolse gerbil, ook wel woestijnrat genoemd, is een vriendelijk en schoon diertje dat zeer beweeglijk is. U hoort hem altijd wel graven of knagen, daarom hebben ze een kooi van hard kunststof (minimaal 70 x 35 x 35 cm groot) nodig. De kooi moet aan de bovenzijde met gaas of tralies worden afgesloten, omdat de gerbil er anders makkelijk uit kan springen. Hierin wordt op kranten of kattengrit een dikke laag houtkrullen, hooi of stro aangebracht waarin de diertjes kunnen graven. Wat droog zand in de hoek van de kooi kan gebruikt worden als zandbadje, waar de gerbil graag gebruik van zal maken. Alles waaraan geknaagd kan worden is welkom, zoals knaagartikelen uit de dierenspeciaalzaak, kartonnen kokertjes, doosjes van karton en ongeverfd hout.

Gerbils produceren maar heel weinig urine en het is daarom voldoende om de kooi één keer per week of per twee weken goed schoon te maken. Gerbils voelen zich het prettigste bij kamertemperatuur en in droge lucht (luchtvochtigheid < 50%). Ze hebben een talgklier onder de navel waarmee ze een vettige stof op voorwerpen smeren door er met de buik overheen te wrijven. Dit wordt, samen met de urine en de ontlasting gebruikt om het territorium af te bakenen. Oppakken doet u met de volle hand om het lichaam. Agressieve dieren kunnen aan de basis van de staart worden gepakt.

Tamme rat

Ratten zijn erg nieuwsgierig en slim en daardoor eenvoudig tam te maken. Het zijn sociale dieren die zich snel richten op de mens. Voor het welzijn van het dier is het altijd aan te raden om twee ratten van hetzelfde geslacht te houden. Mannetjes zijn wat groter en rustiger dan vrouwtjes. Een probleem kan zijn dat ze eerder over de handen plassen wanneer ze worden vastgehouden, wat natuurlijk territoriumgedrag is. De rat is vooral 's nachts actief, als het net donker is en enkele uren voordat het weer licht wordt. Als een rat overdag gevoerd wordt zal hij overdag meer activiteiten ontwikkelen. De rat heeft behoefte aan beweging, rust en een gevari­eerde omgeving. Daarop moet de kooi, een knaagdierenkooi met tra­ lies of een oud aquarium, worden aangepast. Dat betekent een mini­ male grootte voor twee ratten van 80 x 40 x 40 cm en tochtvrije plaatsing uit de zon. De bovenzijde moet afgesloten zijn, want ratten zijn ont­snappingskunstenaars. Op de bodem komen kranten of kattengrit met erop een dikke laag houtkrullen, papierreepjes of fijn stro. Zaagsel wordt vanwege het stof, en de daar­ mee gepaard gaande luchtwegaan­ doeningen, afgeraden. Als een plankje op vijftien cm hoogte wordt aangebracht wordt eronder een nest gebouwd. Een nestkastje geeft het risico dat de rat zich er snel in terug­trekt en schuw blijft. Geef plastic tunnelpijpen, lege doos­ jes, laddertjes, hangmatten en klimtouwen als speelgoed, maar geen loopmolentje. Hierin loopt een rat in een onnatuurlijke houding en kunnen de poten of de staart beschadigen.

Het is belangrijk om jonge ratten (rittens) aan de mens te laten wen­nen. Dit kan door ze regelmatig op te pakken. Dit doet u door de rat gewoon met twee handen, één boven en één onder zijn lijf, op te pakken.

Muis

Muizen zijn de kleinste knaagdieren die we als huisdier kunnen houden. Ze zijn erg actief, redelijk intelligent en kunnen gemakkelijk tam worden gemaakt. Daarom is de muis erg geschikt als huisdier. Wel moeten er altijd meerdere muizen tegelijk worden gehouden, want het is een sociaal dier. Volwassen mannetjes kunnen vechten als ze niet met elkaar zijn opgegroeid. Verder hebben ze weinig ruimte nodig en zijn ze goedkoop in aanschaf en onderhoud.

Ze worden gehuisvest in een kooi op een kunststof of roestvrijstalen bak en met voldoende kleine afstand tus­sen de tralies, bijvoorbeeld in een hamster- of vogelkooi. Hierin kunnen ze bovendien goed klauteren en is er voldoende ventilatie. Een oud aquarium kan ook gebruikt worden en heeft als voordeel dat er geen bodembedekking op de kamervloer terechtkomt. Muizen graven namelijk graag en er is een dikke bodem­bedekking nodig van bij voorkeur hooi en papier. Zaagsel kan opgeno­ men worden met het veelvuldig schoonlikken van de poten en tot darmproblemen leiden. Verder is veel afleiding noodzakelijk in de vorm van kartonnen rolletjes, loopwieltjes, laddertjes, doosjes en takken.

De urine van muizen, vooral van de mannetjes, ruikt sterk en kan intrekken in houten of kartonnen voorwerpen. Daarom kan beter van zoveel mogelijk kunststof en goed te reinigen, materialen gebruik gemaakt worden. Het is aan te raden om regelmatig het hoekje waar de muizen hun behoefte doen te verschonen en de hele kooi één keer per week. Als dit vaker gedaan wordt, zal het mannetje meer gaan urineren om het territorium opnieuw af te bakenen.

Muizen kunnen aan de staartbasis worden opgetild. Bij het wennen kan dit het beste 's avonds, als de dieren actief worden, worden gedaan. Als ze dagelijks worden vastgehouden en geaaid, blijven ze handtam.

Voeding

Knaagdieren en konijnen hebben ieder hun eigen voedingsgewoonten en behoeften. Kies dus liever een voeding die specifiek is gemaakt voor het betreffende knaagdier in plaats van een algemeen knaagdiervoer. Een algemeen knaagdiervoer kan voor sommige knaagdieren te rijk zijn (bijvoorbeeld chinchilla) of juist tekorten veroorzaken (bijvoor­ beeld vitamine C tekort bij cavia.)

Konijn

Konijnen krijgen vooral (niet gemengde) konijnenkorrels, ongeveer 20 gram per kilogram lichaamsgewicht, met daarnaast goed, fris ruikend hooi. Verder kunnen groenvoer (wortelen, andijvie, witlof, koolbladeren, boerenkool), fruit, oud brood, gras, paardenbloem, weegbree, klaver en wilgentakken worden gegeven. Geadviseerd wordt om altijd heel geleidelijk nieuw voedsel geven (over een periode van tien dagen langzaam opvoeren) anders krijgen ze darmklachten. Verwen konijnen nooit met 'mensensnacks' zoals chips, chocolade of koekjes, geef liever een voerbal of knaagspeeltje dat gezond voor het dier is. Er moet altijd vers drinkwater beschikbaar zijn. Een fles met drinknippel voldoet goed en blijft schoon.

 

Cavia

De cavia is een,verhaal apart wat betreft de voeding. Cavia's moeten namelijk voldoende vitamine C in het voedsel krijgen omdat ze dat niet zelf kunnen produceren. Geef daarom speciaal en niet te oud caviavoer (30-35 gram per dag) en dagelijks groente, zoals andijvie, paprika en fruit, bijvoorbeeld sinaasappel. Jonge cavia's, drachtige cavia's en zieke cavia's hebben behoefte aan extra vitamine C. Geef dan een speciale caviavoeding met extra vitamine C of vitamine C tabletjes. Gebruik geen vitamine C druppels in het water, omdat vitamine C erg instabiel is in water en dan niet meer werkzaam is. Verder moet er altijd vers hooi of gras beschikbaar zijn.

Wees voorzichtig met plotselinge voerveranderingen, daar zijn cavia's erg gevoelig voor. Geef van nieuw voer telkens kleine beetjes per keer en voer het rustig op.

Cavia's zijn slordige eters, morsen veel en doen gerust hun behoefte in de voerbak. Het beste is een zware, stenen voerbak te gebruiken die niet omvalt. Met water wordt veel gekliederd, daarom is een drinkfles beter dan een waterbakje.

Degoe

 

 

 

Degoes eten granen, grassen (hooi), groente en zaden. Er zijn niet zoveel speciale droogkorrels voor degoes, maar ze hebben net als de hamster behoefte aan een hoog eiwit en vezelgehalte in de voeding en vitamine C. Daarom vormt een caviavoeding een goed alternatief. Geef geen suiker of andere zoetigheid en daarom liever geen fruit. Degoes zijn namelijk erg gevoelig voor suikerziekte en kunnen moeilijk suikers afbreken. Water wordt verstrekt in een drinkflesje of een stenen bakje; plastic wordt kapot gebeten.

Chinchilla

Voor chinchilla's is er speciaal voer op de markt, dat vooral vezelrijk is en weinig tot geen suikers bevat. Een chinchilla heeft maar twee eetlepels chinchillavoer per dag nodig en verder zijn voldoende vers hooi en knaagmateriaal (wilgentakken) prima. Chinchilla's zijn dol op rozijnen, maar geef deze liefst alleen als verwennerij en niet meer dan één per dag. Geef liever wat wortel, gedroogde appel, cranberries (veenbessen), selderij, vijgen, gedroogd brood etc. Maar ook niet meer dan een theelepeltje per dag. Vermijd vetrijke snacks zoals zonnebloempitten en pinda's, daar wordt de chinchilla vooral dik van.

Het beste tijdstip om te voeren is aan het begin van de actieve periode, namelijk 's avonds. Wees voorzichtig met plotselinge voerovergangen of het geven van teveel nieuw voer. Daarmee kan de spijsvertering snel van slag raken en dit kan leiden tot diarree.

Hamster

De hamster eet speciaal hamstervoer (knaagdierkorrels). Daarnaast kan als aanvulling of lekkernij groenvoer (gras, hooi, paardenbloem), groente en fruit, brood,pinda's, rozijnen, noten, zonnebloempitten, maïs en knaagtakjes worden gegeven. Drinkwater wordt in een fles met drinknippel gegeven.

Gerbil

Gerbils hebben naast groenvoer ook dierlijke eiwitten nodig in hun dieet. Een speciale gerbilvoeding voorziet hierin en is vergelijkbaar met een voeding voor hamsters of ratten. Ze lusten graag zonnebloempitten, maar let op dat dit niet als enige wordt gegeten. Kies liever voor een voeding zonder vetrijke pinda's en zonnebloempitten, anders wordt de voeding te eenzijdig en treden er tekorten op. Beperk het geven van zonnebloempitten daarom als extra traktatie. Dat geldt ook voor het geven van gemengde zaden. U kunt ook groente, fruit, wilgentakjes, kaas en gekookt ei geven Verder heeft uw dierenspeciaalzaak een ruim assortiment aan verantwoorde snacks en knaagartikelen. Hoewel de gerbil weinig water nodig heeft, moet dit wel degelijk aanwezig zijn. Het makkelijkste is een fles met een drinknippel.

Tamme rat

Ratten zijn echte alleseters en tekorten zullen dan ook niet snel optreden. Per dag eet een rat ongeveer 15 tot 20 gram droge brokjes. Nadeel van gemengde voeders is dat de rat alleen de lekkerste delen eet en de rest laat liggen. Geef dit dus alleen als alles opgegeten wordt. Een pelletvoeding voorkomt deze selectie. Ratten zijn ook gek op snacks (uit de dierenspeciaalzaak) fruit, kaas, groente, brood, rijst, vlees, vis, gekookt ei en aardappelen. Verwen een rat altijd met mate om vetzucht te voerkomen en laat hem eerst 'werken' voor zijn traktatie. Om te knagen kunnen noten in de schil of een kippenbotje worden gegeven. Water kan het beste in een fles met drinknippel worden verstrekt.

Muis

Een muis kan prima gevoerd worden met muizen- of hamstervoer. Daarnaast kan groente, fruit, brood, zonnebloempitten, rozijnen, stukje kaas, gekookt ei, stukje vlees en noten worden gegeven. Water wordt verstrekt in een fles met drinknippel.

Voortplanting

Konijn

Konijnen zijn al op jonge leeftijd vruchtbaar. Na ruim vier weken worden de jongen geboren. De voedster trekt voor de geboorte plukken vacht bij zichzelf uit om daar een nest van te maken. De jongen worden blind en kaal geboren (nestblijvers). Ze worden maar één tot twee keer per dag met moedermelk gevoed. Na drie weken komen ze uit het nest. Probeer een moederdier met jon­gen zo weinig mogelijk te verstoren, anders kan zij de jongen verstoten of zelfs opeten. Verschoon tijdens de zoogperiode alleen de hoek waar de mest ligt. Jonge konijntjes blijven tot zes weken bij de moeder. Als ze worden gescheiden heet dat spenen. Denk er wel om dat een vrouwtje direct na de geboorte van haar jongen weer vruchtbaar is. Laat de ram er dus niet bij.

Vrouwelijke konijnen kunnen gecastreerd worden als ze samen worden gehouden met rammen en ze niet mogen jongen. Mannetjeskonijnen worden alleen gecastreerd als ze hyperseksueel gedrag vertonen of als er twee mannetjes zijn die samen worden gehouden. Cavia

Met uitgegroeide vrouwtjes kan vanaf de leeftijd van ongeveer vijf maanden worden gefokt. Als de diertjes te jong worden gedekt en ze nog niet zijn uitgegroeid zijn, kan het bekken te klein zijn als geboortekanaal. Als ze echter te oud zijn (ouder dan eenjaar) alvorens ze gedekt worden geeft dit ook geboorteproblemen. De verbinding tussen de twee bekkenhelften is dan vergroeid, waardoor het bekken zich niet meer kan verwijden tijdens de geboorte. Het eerste nestje moet dus geboren worden voor de cavia eenjaar oud is.

Een cavia maakt geen nest, maar verschuilt zich in het hooi. De jongen zijn nestvlieders en worden dus met open ogen en oren geboren en kunnen al snel na de geboorte vast voedsel opnemen en water drinken. Let erop dat de cavia na het werpen niet weer gedekt wordt! Dit kan namelijk al na 24 tot 48 uur na de geboorte. Ze worden gespeend als ze drie tot vier weken oud zijn. Dan worden ook de beertjes van de zeugjes gescheiden.

Degoe

Het tijdstip waarop degoes geslachtsrijp zijn is onduidelijk en varieert van één tot zes maanden. De jongen zijn, net als de cavia, nestvlieders en hebben bij de geboorte een vacht, de oogjes zijn open en ze kunnen al aardig lopen. Het vrouwtje is meteen nadat de jongen geboren zijn alweer vruchtbaar, maar vaak wordt zij pas weer bevrucht als de jongen zijn grootgebracht. Het mannetje kan tijdens de bevalling en ook daarna gewoon bij het vrouwtje en de jongen worden gelaten. Probeer inteelt van jonge dieren te voorkomen door ze na het spenen van elkaar en de vader te scheiden.

Chinchilla

Hoewel een chinchilla het hele jaar jongen kan krijgen, geven paringen tussen november en januari de meeste kans op dracht. In de maand april worden de meeste jongen geboren. Als een paartje onervaren is, kan er agressiviteit ontstaan, soms met fatale gevolgen. Blijf er daarom altijd bij om een oogje in het zeil te houden. Tijdens de dracht leeft het chinchillapaartje harmonisch samen. Ze liggen heel dicht tegen elkaar aan te slapen.

De jongen van een chinchilla worden vaak vroeg in de ochtend geboren in het nestkastje en de bevalling verloopt over het algemeen zonder problemen. Soms trekt de moeder haar jong voorzichtig met haar tanden uit haar lichaam. Daarbij kan letsel ontstaan. Het is geen probleem om het mannetje er bij te laten. De jongen van een chinchilla zijn echte nestvlieders en komen volledig ontwikkeld ter wereld. Ze lopen vrijwel direct na de geboorte in de kooi rond. Na een paar dagen klimmen ze al op lage voorwerpen.

Geef de moeder rond de geboorte geen zandbak. Dit om infecties te voorkomen. Ook kunnen de jon­ gen problemen krijgen wanneer er zandkorreltjes aan de lepeltjes blijven hangen. Na zes weken hebben de jongen geen moedermelk meer nodig, maar de kleine chinchilla's kunnen nog wel twee of drie weken bij de moeder worden gelaten.

Hamster

Hamsters kunnen worden gedekt vanaf een leeftijd van drie maanden. Ze hebben om de vier dagen een vruchtbare periode. Als een mannetje bij een vrouwtje wordt geplaatst, houd de diepen dan altijd goed in het oog om er op tijd bij te zijn als ze onverhoopt gaan vechten. Er wordt alleen 's nachts gepaard. Als het vrouwtje drachtig is, kan het mannetje beter uit de kooi worden gehaald. De dracht duurt gemiddeld zestien dagen, bij de Chinese dwerghamster 21 dagen.

Als het vrouwtje heeft geworpen moet het nest zoveel mogelijk met rust worden gelaten, anders gaat ze slepen met de jongen in de wangzakken en kunnen ze stikken. Ook kan het opeten van de jongen (kannibalisme) optreden in een onrustige omgeving. Het bijvoeren van het vrouwtje met meelwormen of stukjes vlees kan helpen dit te voorkomen. Probeer vlak voor de geboorte de kooi te verschonen en doe dit pas weer als de jongen drie tot vier weken oud zijn. Binnen 24 uur na het werpen kan het vrouwtje weer gedekt worden. Twee weken na de geboorte beginnen de jongen vast voedsel te eten. Ze worden als ze vier weken oud zijn gespeend.

Gerbil

Vanaf een leeftijd van vier a vijf maanden kan met de gerbil worden gefokt. Het mannetje en vrouwtje moeten dan wel van jongs af aan bij elkaar zijn geweest, anders gaan ze vechten. Ze hebben om de vier tot zes dagen een vruchtbare periode. Binnen 24 tot 72 uur na het werpen kan het vrouwtje weer gedekt worden.

Als er minder dan drie jongen worden geboren dan kan soms het nest door het vrouwtje worden verlaten. Dit kan ook gebeuren door overbevolking, verstoring van het nest, als er onvoldoende bescherming aanwezig is door te weinig nestmateriaal of door te weinig melkproductie ten gevolge van watertekort. Ze worden na drie a vier weken gespeend.

Tamme rat

Vanaf een leeftijd van drie maanden kan het mannetje bij het vrouwtje worden toegelaten.

Deze is iedere vier tot vijf dagen bereid om te paren, het hele jaar door. Een vrouwtjesrat verdedigt het nest vooral de eerste dagen na de geboorte tegen indringers. Daarna mogen andere ratten erbij komen. Het mannetje helpt bij de verzorging van de jongen. Wanneer men niet direct weer een nestje wil is het beter om het mannetje rond de geboorte weg te halen, want binnen 24 uur is het vrouwtje anders weer gedekt. Hoewel de jongen al op drie weken gespeend kunnen worden, mogen ze gerust zes weken bij de moeder blijven. Daarna worden de mannetjes en de vrouwtjes gescheiden.

Muis

Vanaf een leeftijd van twee maanden kan er met muizen gefokt worden. Zorg voor veel zacht nestmateriaal, zoals tissues en papier evenals voldoende voedsel. Een drachtige muis heeft veel voedsel nodig. Het lichaamsgewicht kan wel toenemen van 25 tot 45 gram aan het eind van de dracht. Een muis die jongen melk geeft moet in 24 uur zelfs haar eigen gewicht aan voer en water opnemen.

Het mannetje moet enkele dagen voor de geboorte worden gescheiden om te voorkomen dat deze de jongen opeet. Laat de jongen de eerste tien dagen met rust, daarna is het geen probleem om ze te pakken en te laten wennen aan de mens. Ze worden op vier tot vijf weken gespeend

Gezondheid

Konijn

• Bij een konijn groeien de tanden en kiezen het hele leven lang door en horen bij normaal gebruik af te slijten. Dat wil zeggen als ze veel kunnen kauwen op vezelrijk voedsel, zoals hooi, stro, groenvoer en wilgentakken. Als het onder- en bovengebit niet meer echt tegenover elkaar staan, kunnen ze last krijgen van doorgegroeide tanden en/of kiezen en ontstaan er zogenaamde haken op de kiezen die het slijmvlies beschadigen. Pijn en ontstekingen zijn het gevolg. De snijtanden kunnen soms hele­ maal gekruld opzij groeien en normaal eten belemmeren. De tanden en kiezen kunnen geknipt en geraspt worden bij de dieren­ arts.

• Konijnen moeten minstens tweemaal per jaar worden ingeënt tegen myxomatose en tegen een heftige, dodelijke darmontsteking (VHD). Dit zijn beide gevaarlijke virusziekten die overal in Nederland voorkomen, dus ook in de stad. De virussen kunnen via de schoenen van buiten mee naar binnen worden genomen of, bij myxomatose, door muggen worden overgebracht. Konijnen die nooit buiten komen, lopen dus toch gevaar om besmet te worden. Na inenting (bij de dierenarts) zijn ze voor een halfjaar weer beschermd.

. Het is normaal gedrag wanneer konijnen hun nachtontlasting (= zogenaamde caecotrofen) opeten. Hierin zitten veel voedingsstoffen (bacterieel eiwit en vitaminen) die zijn geproduceerd door de darmbacteriën. Deze ontlasting is wat zachter en donkerder dan de keutels die overdag worden geproduceerd.

• De urine van konijnen is normaal geel van kleur, maar kan oranje of zelfs rood worden. Dit is niet afwijkend, tenzij er aanwijzingen zijn voor urineweg problemen (vlokjes bloed, persen op urine enzovoort).

• Als de nagels doorgroeien dienen deze geknipt te worden. Dit kan de eigenaar in de meeste gevallen ook zelf doen. Laat de dierenarts het anders een keer voor doen. Speciale schaartjes zijn te koop in de dierenspeciaalzaak.

• Een gezond konijn is actief, levendig, is belangstellend voor de omgeving, heeft schone ogen en oren, korte nagels en tanden, glanzende aaneengesloten vacht, een ronde, niet te dikke buik, een droge anaalstreek en loopt normaal.

Cavia

• Een gezonde cavia is actief, heeft schone ogen, een regelmatige ademhaling, schone neus en bek, een droge anaalstreek, glanzende, aaneengesloten vacht, korte nagels en tanden en loopt normaal.

• Cavia's kunnen caviaschurft hebben, wat met veel jeuk en huidbeschadigingen gepaard gaat.
Dit moet door de dierenarts worden behandeld. Meestal met injecties of met wasmiddelen, soms meerdere keren achter elkaar.

• Net als het konijn eet ook de cavia zijn eigen nachtontlasting, meestal direct uit de anus. Hierin zitten veel voedingsstoffen die zijn geproduceerd door de darmbacteriën. Deze ontlasting is wat zachter en donkerder dan de keutels die overdag worden geproduceerd.

• Cavia's zijn erg gevoelig voor tocht. Zet de kooi daarom op een tochtvrije plaats.

• Ook bij de cavia groeien de tanden en kiezen het hele leven lang door en kan er verkeerde slijtage ontstaan met doorgroeiende snij tanden en scherpe punten op de kiezen.

• Als de nagels doorgroeien dienen deze geknipt te worden.

• Vergeet niet dat cavia's extra vitamine C nodig hebben als ze drachtig zijn of ziek. Geef dan extra tabletjes naast een caviavoeding (die ook vitamine C bevat).

Degoe

• Een gezonde degoe is actief, graaft en knaagt, heeft schone heldere ogen, een droge en schone neus en bek, korte nagels en tanden, een glanzende, gladde vacht en loopt normaal.

• Ook bij de degoe groeien de tanden levenslang door. Controleer regelmatig het gebit op eventuele vergroeiingen.

• Suikerziekte komt voor bij de degoe. Wees daarom voorzichtig met het geven van zoetigheid.

Hamster

• Een gezonde hamster is snel actief na het wakker worden, heeft schone heldere ogen, een droge en schone neus en bek, korte nagels en tanden, een glanzende, gladde vacht en loopt normaal.

• Ook bij de hamster groeien de tanden levenslang door. Controleer regelmatig het gebit op eventuele vergroeiingen.

• Hamsters hebben twee talgklieren die vooral bij het mannetje soms duidelijk zichtbaar zijn aan weerszijden van het lichaam als donkerbruine vlekken.

• Hamsters kunnen bij een plotselinge temperatuursdaling in winterslaap gaan. Ze lijken dan dood, maar bij goed kijken zie je ze heel langzaam ademen. Verwarm de hamster geleidelijk door hem in een warme omgeving te brengen zodat hij weer wakker wordt.

• Bij (jonge) hamsters komt de aandoening 'natstaart' (wettail) voor. Het gaat om een darmontsteking waarbij er een levensbedreigende diarree kan ontstaan. Een snelle behandeling met vocht, zouten en antibioticum kan de getroffen hamster soms redden, maar deze aandoening is niet makkelijk te behandelen. Beter is het om stress, overbevolking en snelle voerveranderingen te voorkomen, om de ziekte geen kans te geven.

Gerbil

• Een gezonde gerbil is actief, levendig, nieuwsgierig, knaagt en graaft, heeft schone heldere ogen, een droge en schone neus en bek, korte nagels en tanden, een glanzende, gladde vacht en loopt normaal.

• Gerbils kunnen rillend in een soort coma uitgestrekt blijven liggen als ze stress hebben, op de rug worden gelegd of in een vreemde omgeving worden gebracht. Dit is een soort toeval die vanzelf weer verdwijnt. Dit heeft een erfelijke aanleg en doordat dit probleem door selec tie eruit wordt gefokt, komt dit gelukkig niet zo vaak meer voor

• Als een gerbil bij de staart wordt opgepakt, doe dit dan bij de staartwortel en niet aan de punt. De huid kan dan loslaten.

• Ook de gerbil eet zijn eigen ontlasting, meestal direct uit de anus. Hierin zitten veel voedingsstoffen die zijn geproduceerd door de darmbacteriën.

Tamme rat

• Ratten kunnen veel last hebben van de damp die uit opdrogende urine komt en daar van gaan niezen. Dus hun hok of kooi moet heel goed geventileerd zijn en de urine moet zo goed mogelijk verwijderd worden. Daarnaast hebben ze soms last van een infectie van de luchtwegen. Bij vroege behandeling met antibiotica kan het worden verholpen, maar als het langer bestaat, wordt het chronisch (= blijvend).

• Ouderdomsverschijnselen kan men herkennen aan het ontstaan van kale plekken in de vacht, geel-oranje schilfers bij het mannetje en het ontstaan van tumoren of verlammingsverschijnselen.

• De tanden en kiezen groeien het hele leven lang door en er kan verkeerde slijtage ontstaan met
doorgroeiende snijtanden en scherpe punten op de kiezen.

• Als de nagels doorgroeien dienen deze geknipt te worden.

Muis

• Muizen kunnen onderkoeld raken wanneer er te weinig isolerende bodembedekking aan­
wezig is en/ofte weinig voedsel. Ze worden dan sloom en voelen koud aan.

• Gedragsafwijkingen, zoals kannibalisme, opeten van de jongen en haarbijten kunnen optreden bij een te weinig gevarieerde omgeving. Ze moeten kunnen knagen, graven, zich verstoppen en spelen.