Een kat biedt gezelligheid en een speciale vorm van aanhankelijkheid, namelijk als de kat het wil. Er wordt niet voor niets gezegd dat een hond een baas heeft en een kat personeel!
Aanschaf
Een kat is een onafhankelijk dier dat graag zijn eigen gang gaat. Dat is vaak erg gemakkelijk. Het dier hoeft niet uitgelaten te worden, doet zijn behoefte keurig op de kattenbak of begraaft deze onder de struiken en eet wanneer hij honger heeft. Maar een kat schaft u niet aan in een opwelling. Een kat kan gemiddeld vijftien tot twintig jaar oud worden en u hecht u snel aan het dier, zodat afstand doen niet eenvoudig is. Er moet gezorgd worden voor een goede voeding en bij langharige katten moet de vacht regelmatig geborsteld en gekamd worden. Vergeet tenslotte niet de kosten die gemaakt moeten worden voor voeding en de dierenarts. Naast de jaarlijkse vaccinatie, vlooien en wormbestrijding kan een kat ook ziek worden of een ongeluk krijgen
Een kitten of volwassen kat
Een kitten is speels, kan zich wat makkelijker aanpassen en kan door de eigenaar zelf worden opgevoed. Let op, een kitten mag niet eerder dan op een leeftijd van tien weken weg bij de moeder. Jonger weghalen bij de moeder is slecht voor het welzijn en kan leiden tot gedragsproblemen op oudere leeftijd. U moet zich wel realiseren dat jonge katten enthousiast zijn met spelen en wel eens iets kostbaars kunnen breken of in de gordijnen kunnen hangen. Ze moeten leren om hun nagels niet aan de meubels of het behang te scherpen. Wen ze daarom zo snel mogelijk aan een krabpaal of plank. Soms kunnen katten op het tapijt braken, vaak door een haarbal. Vooral langhaarkatten verharen doorlopend en kat tenharen zijn lastig te verwijderen van meubilair en kleren.
Wie voor een oudere kat kiest van een particulier of uit het asiel, zal moeten wennen aan het reeds aan geleerde gedrag en neemt eventuele problemen op de koop toe.
Poes of kater
Katers hebben meer de neiging om naar buiten te willen, sproeien graag wat urine als geurvlaggen in het territorium en gaan wat gemakkelijker een vechtpartij aan met andere katten. Vooral als ze nog niet gecastreerd zijn, vertonen ze dit gedrag. Een poes wordt regelmatig enkele dagen krols en loopt dan het risico gedekt te worden als ze buiten komt. Alle genoemde ongemakken zijn door castratie te verhelpen.
Eén of meer katten
Als u weinig tijd heeft om een kat aandacht te geven, dan is de oplossing om twee dieren te nemen. Dat heeft als voordeel dat de katten zich een groot deel van de dag met elkaar bezig kunnen houden. Dat betekent niet alleen samen spelen en achter elkaar aan rennen, maar ook elkaar schoonlikken en samen slapen. Het gemakkelijkste is dan om twee dieren te nemen die aan elkaar gewend zijn, bijvoorbeeld uit hetzelfde nest. Als u naast een oudere kat een nieuw kitten wilt nemen, is het een kwestie van afwachten of ze elkaar accepteren. In een groot aantal gevallen gaat dit goed, maar soms zullen ze elkaar in huis alleen maar tolereren en nooit iets samen ondernemen
Benodigdheden
Als u een nieuwe kat in huis krijgt moet u een aantal spullen in huis hebben:
• (kitten)voeding. Vraag aan de fokker of vorige eigenaar wat voor merk hij gewend is
• kattenbak met vulling
• kattenmandje
• kam/borstel
• drink en etensbakje
• krabpaal, krabmat of krabplank
• kattengras
• transport, reiskooi
• speeltjes
• kattensnoepjes
• dierenpaspoort (inentingen en ontwormingen) en adres van de dierenarts
• halsbandje met adreskokertje
Opvoeding en gedrag
De opvoeding begint al als de nieuwe kat arriveert. Geef het dier de gelegenheid zijn nieuwe omgeving te ontdekken. Zorg, bij een kitten, voor een doosje of mandje en leg daarin een doek die afkomstig is uit het nest. Als de kat volledig vertrouwd is met de woning, kan hij voorzichtig buiten worden gelaten. De eigenaar kan er de eerste tijd bij blijven, maar zal snel merken dat de kat voorzichtig de omgeving verkent en langzaam maar zeker grotere afstanden gaat afleggen. Zelfs een kitten weet al snel de weg naar huis terug!
Pas als ook de buitenwereld vertrouwd is geworden en de kat zichzelf goed kan redden, kan overwogen worden om een katten luik te installeren, waardoor de kat altijd naar buiten kan gaan als hij dat wil.
Geef de kat een naam met een duidelijke klinker erin en gebruik deze veel, vooral bij het aanhalen. Als de kat ongewenst gedrag vertoont, straf dan direct met een harde stem. Vanzelfsprekend heeft slaan geen zin, want de kat zal er snel bang en agressief van worden. Bedenk altijd dat een kat een bepaald gedrag vertoont. Zo zal het stelen van een stukje vlees van tafel of het aanrecht een uiting van het normale jachtinstinct zijn en dat kunt u dus niet af leren.
Onzindelijkheid
Plassen en/of poepen op meerdere plaatsen in huis is vanzelfsprekend ongewenst, maar is vaak natuurlijk gedrag voor de kat.
Ziekte, plotselinge veranderingen in de omgeving (bijvoorbeeld verhuizing, gezinsuitbreiding of een ander huisdier) of de kattenbak zijn de belangrijkste oorzaken. Problemen met de kattenbak betreffen onvoldoende hygiëne (onvoldoende schoonhouden van de kattenbak), de kattenbak zelf (bijvoorbeeld te hoge instap), een onrustige plek of vlak bij het etensbakje, het type kattengrit (veel katten vinden grit met een luchtje bijvoorbeeld onplezierig), of te weinig bakken bij aanwezigheid van meerdere katten.
Om onzindelijkheid op te lossen is het verstandig om allereerst onderzoek door de dierenarts uit te laten voeren. Probeer wat urine op te vangen en mee te nemen. Wanneer er lichamelijk niets aan de hand blijkt te zijn, zijn aanpassingen aan de kattenbak te proberen: gebruik een kattenbak zonder deksel (door de deksel blijft de geur van de urine en ontlasting langer hangen en dat vindt een kat niet prettig), stel een vaste regelmaat in voor het goed schoonmaken van de bak (dus niet alleen uitscheppen). Een chloorgeur nodigt uit tot plassen, dus hier kan de bak goed mee schoongemaakt worden. Schep tussendoor de ontlasting uit de bak, gebruik geurloos grit (bij voorkeur van een fijne substantie) en bekijk de locatie van de kattenbak (rustige plek, gemakkelijk bereikbaar, dus niet op zolder of op het balkon).
Sproeien
De belangrijkste oorzaken zijn: ziekte, hormonen en omgevings factoren. Ook hier kan eerst een onderzoek door de dierenarts nodig zijn. Castratie is vaak een effectieve oplossing voor dit pro bleem. Ook ongesteriliseerde poezen kunnen tijdens de krolsheid gaan sproeien. Markeren met urine kan verminderen door stressfactoren weg te halen. Geef de kat de mogelijkheid om naar buiten te gaan (kattenluik). Eventueel kunnen medicijnen verstrekt worden om stress te verminderen of kunt u gebruik maken van speciale producten van de dierenarts of de dierenwinkel die te maken hebben met de natuurlijke geurtjes van de kat (feromonen). Belangrijk is om de plekken waar de kat geplast heeft goed reinigen. De geur kan met azijn goed geneutraliseerd worden. Over het algemeen blijkt dat een kat die veel sproeit, dit gedrag in een volledig andere omgeving niet vertoont.
Krabben aan meubels
Een kat krabt om de nagels in goede conditie te houden en om zijn geur af te geven. Dit gedrag vormt vooral een probleem bij katten die niet naar buiten kunnen. Voor deze katten is een krabpaal in de buurt van de favoriete slaapplaats van de kat een uitkomst. De krabpaal moet stabiel en hoog genoeg zijn: een kat moet zich staande kunnen uitrekken. Vaak wordt de voorkeur gegeven aan een verticaal lopende strook van ruw tapijt. Wat valeriaan op de top van de krabpaal druppelen werkt vaak zeer stimulerend.
Voeding
De kat is van nature een jager en een echte vleeseter. Een kat kan daarom nooit vegetarisch worden gevoerd. Van prooidieren worden niet alleen het spiervlees, maar ook de ingewanden met de vaak plantaardige inhoud van maag en darmen en soms ook de botjes gegeten. Samen vormt dat een volledige voeding. Nu de zorg voor de kat bij de eigenaar ligt, moet er een volledige voeding worden geven, dat wil zeggen een dagelijks menu, waarin alle voedingsstoffen zoals eiwitten, koolhydraten, vetten, mineralen en vitaminen in de juiste hoeveelheden voorkomen. Het gemakkelijkste is hiervoor compleet of volledig kattenvoer te gebruiken.
Het is belangrijk om de kat reeds op jonge leeftijd aan variatie te wennen. Een kat is namelijk kieskeurig en laat zich op oudere leeftijd niet zomaar een ander voer voorschrijven. Dat betekent dat er afgewisseld moet worden met de smaken. Het is niet nodig om naast volledig voer nog vlees, vis, brood en dergelijke te voeren en het is zelfs fout om extra mineralen of vitaminen aan volledige voeding toe te voegen. Eventuele 'tafelrestjes' worden afgeraden. Meestal bestaat de voeding uit droge brokjes. Deze kunnen de hele dag beschikbaar zijn, ze bederven niet en zijn goed voor het gebit. Als lekkernij kan daarnaast blikvoeding of een maaltijdzakje worden verstrekt.
Voeding van kittens
De eerste drie tot vier weken drinken kittens uitsluitend moedermelk. Daarna beginnen ze ook belangstelling te krijgen voor ander voedsel. Er kan begonnen worden met twee tot drie keer per dag wat blikvoer, harde brokjes of wat pap. Zet steeds meer voor ze klaar zodat ze op een leeftijd van zes tot acht weken geheel zelfstandig eten.
Door het bijvoeren in de zoogperiode is de overgang bij het spenen (het tijdstip waarop niet meer bij de moederpoes wordt gedronken) voor zowel de moeder als de kittens minder groot. Voer minstens driemaal per dag op vaste tijdstippen. Er zijn speciale kittenbrokjes verkrijgbaar die klein zijn en daardoor gemakkelijker gegeten kunnen worden. De samenstelling is bovendien aangepast voor de opgroeiende kat.
De oudere kat
Er is een aantal redenen om de voeding van de senior kat (vanaf ongeveer tien jaar) aan te passen. De belangrijkste zijn: een toegenomen kans op ziekten, overgewicht door veroudering van verschillende organen en vermindert de weerstand en gewrichtsaandoeningen. Veel oudere katten gaan minder bewegen. Seniorenvoeding bevat daarom minder energie, zodat overgewicht kan worden voorkomen en daarnaast worden in veel senioren voedingen extra voedingstoffen voor het gewrichtskraakbeen toegevoegd. Naarmate de kat ouder wordt, neemt de kans op ziekten van onder andere de nieren en het hart toe. Om die reden worden onder meer zouten als natrium en fosfor in seniorenvoeding beperkt. De afweer van een oudere kat vermindert, terwijl het verouderingsproces veel schadelijke afvalstoffen oplevert. In het seniorenvoer worden tegenwoordig vaak extra beschermende stoffen (antioxidanten) gedaan die het afweersysteem helpen het lichaam gezond te houden.
Hoeveel voeren
Aangezien er grote verschillen in voedselbehoefte bestaan, zijn de op de verpakking vermelde hoeveelheden slechts globale richtlijnen. De verschillen worden veroorzaakt door onder meer het activiteitenniveau van de kat. Door de kat en de hoeveelheid voeding regelmatig te wegen kunt u controleren of u voldoende voert. De voedingstoestand van de kat beoordeelt u aan de ribben: die moeten gemakkelijk voelbaar zijn.
In het algemeen kan een kat goed zelf bepalen wanneer en hoeveel hij eet. Dit gebeurt dan ook meerdere keren, verdeeld over de dag. Droge brokjes kunnen daarom de hele dag ter beschikking staan en eventueel blikvoer één of twee keer per dag worden gegeven in hoeveelheden die binnen een half uur opgegeten zijn. In een klein aantal gevallen eet een kat niet de juiste hoeveelheid, maar teveel, waardoor vervetting optreedt. Dergelijke dieren moeten dagelijks een vaste, aangepaste hoeveelheid krijgen, waardoor een optimaal lichaamsgewicht behouden blijft. Sommige katten kunnen na castratie dik worden; dit geldt zowel voor de kater als voor de poes. Weeg de kat daarom regelmatig. Geef uit voorzorg de kat na de castratie ongeveer tien procent minder voedsel.
Drinken
Naast alle voeding hoort steeds vers drinkwater beschikbaar te zijn. Katten vinden melk over het algemeen erg lekker, maar het is een voedingsmiddel en geen vervanger van water. Melk kan diarree veroorzaken wanneer een kat dit niet van jongs af aan gewend is te drinken. Dan is het enzym dat het melksuiker verteert uit de darm verdwenen. Gewone (koe)melk bevat nogal wat melksuiker. Een prima vervanger is speciale kattenmelk. Hier is het melksuiker uitgehaald en de meeste katten vinden het erg lekker.
Ongewenste zaken
• (Orgaan)vlees, vooral van het varken, mag niet rauw gegeven worden en moet dus altijd goed gekookt worden.
Beschimmeld of bedorven voedsel, voedsel met verlopen houd baarheidsdatum.
• Onvoldoende ontdooid diepvriesvoer of direct uit de koelkast verstrekt voer.
• Botjes van wild en gevogelte zijn scherp en kunnen ernstige verwondingen veroorzaken.
• Veel ongekookte vis of rauw ei kan een vitaminetekort veroorzaken.
• Toevoegen van vitaminen en mineralenmengsels is niet nodig en kan zelfs schadelijk zijn.
• Hondenvoer als hoofdvoedsel: dit geeft soms tekorten bij de kat.
• Teveel lever of levertraan: dit geeft een overdosering van vitamine A.
Huisvesting en verzorging
Katten hebben ruimte nodig. Er moet voldoende afleiding zijn in de vorm van speeltjes (namaak muizen, balletjes, aluminiumfolie propjes), een krabpaal en een klimpaal. Vaak heeft een kat een eigen vaste ligplek in huis, bijvoorbeeld een mandje of doos bij de verwarming. Het materiaal hierin moet gemakkelijk wasbaar ofte reinigen zijn. Ook voor de voer en drinkbak geldt dat deze goed te reinigen moeten zijn.
Laat een kat tijdens de eerste vaccinatie chippen bij de dierenarts. Na registratie van de gegevens is de eigenaar altijd direct terug te vinden door asiel, dierenarts of dierenambulance wanneer het dier onverhoopt is weggelopen of een ongeluk heeft gehad.
Katten verzorgen prima hun eigen vacht. Deze wordt dagelijks regelmatig gelikt. Toch is vachtverzor ging van een kat door kammen en borstelen belangrijk. Niet alleen vinden de meeste katten dit prettig, maar het is een goede controle op de aanwezigheid van vlooien en het voorkomt klitten en haar ballen. Vooral bij langharige kat ten worden er veel haren opgelikt. Deze kunnen in de maag zogenaamde haarballen vormen, bestaande uit steeds groter wordende plukken haar die niet worden verteerd. De kat gaat dan vaak eten van gras en kamerplanten waardoor het braken wordt opgewekt. Niet altijd komt de haarbal eruit en kan het braken chronische vormen aan gaan nemen. Er zijn speciale voeders verkrijgbaar die haarbalvorming tegengaan evenals pasta's en vezelachtige producten om door de voeding te mengen.
Borstel of kam een kat, afhankelijk van de lengte van de vacht en de ruiperiodes, één tot twee keer per week, langharige katten zelfs dagelijks. Controleer meteen of de oren schoon zijn. In de meeste gevallen hoeft u niets aan oren te doen, tenzij er overmatig oorsmeer wordt geproduceerd of er regelmatig een ontsteking optreedt. Dan kunt u met oorcleaner de oren één tot twee keer per week reinigen. Probeer nooit met wattenstaafjes het oor te reinigen. De kans dat u het vuil in het oor duwt is groot.
Gezondheid
Gebitsverzorging
Een kat krijgt normaal gesproken geen last van gaatjes (cariës), maar wel, net als de mens, van tandplak en tandsteen. Dit beschadigt het tandvlees en vervolgens de wortels van tanden en kiezen, die dan los gaan zitten. Slechte adem, ontsteking en uitval van gebitselementen zijn mogelijke gevolgen. In deze gevallen zijn pijnlijke behandelingen onder narcose nodig bij de dierenarts. Dit alles kan op relatief eenvoudige wijze worden voorkomen. Probeer een kat als kitten al te wennen aan het dagelijks tandenpoetsen. Hiervoor zijn speciale tandenborstel!) en tandpasta bij de dierenarts en dierenspeciaal zaak verkrijgbaar. Doe dit bijvoorbeeld 's avonds. Zo behoudt uw kat levenslang een glanzend en gezond gebit en stinkt hij niet uit de bek. Er kunnen ook speciale brokken en kauwproducten voor het gebit gegeven worden die de vorming van tandsteen tegengaan.
Castratie
De meeste katers en poezen waar men niet mee wil fokken worden gecastreerd. Dit voorkomt ongewenst gedrag (sproeien), vechten van katers en het krols worden van de poes. Wanneer castratie gebeurt op een leeftijd vanaf vijf tot zes maanden en dus voor de eerste krolsheid, dan vermindert tevens het risico op melkkliertumoren en suikerziekte op oudere leeftijd.
Vaccinaties
De eerste vaccinatie wordt gegeven aan een kitten op een leeftijd van zes tot twaalf weken en wordt herhaald op een leeftijd van drie maanden. Vervolgens is een jaarlijkse hervaccinatie nodig. Het vaccinatieschema voor de kat wordt afgestemd op de omstandigheden van het dier, de zogenaamde "vaccinatie op maat". In de praktijk betekent dat minimaal jaarlijks tegen niesziekte wordt gevaccineerd en wat minder vaak tegen kattenziekte. De vaccinatie tegen hondsdolheid (rabiës) kan vanaf twaalf weken eenmalig worden toegediend wanneer een kat mee wordt genomen naar het buitenland.
Elke fabrikant van vaccinatieproducten hanteert een advies dat afgestemd is op zijn entstof. Er zijn daarom (kleine) onderlinge verschillen mogelijk.
Inwendige parasieten
Katten lopen als kitten al het risico om een spoelworminfectie op te lopen, omdat de larven via de moedermelk worden overgebracht. Dit kan soms problemen veroorzaken van het maagdarmkanaal. De larven van deze worm kunnen de mens besmetten als deze de eitjes uit de omgeving opneemt (vooral kinderen). Een goede preventie is daarom van het grootste belang. Kittens worden ontwormd op een leeftijd van vier, zes en acht weken en vervolgens op een leeftijd van 16 en 24 weken. De poes wordt tegelijk met de kittens ontwormd, zolang deze nog melk drinken. Alle volwassen katten die buiten komen moeten twee tot vier keer per jaar worden ontwormd.
De kat kan ook besmet worden met de hondenlintworm, die wordt overgebracht door vlooien. De infectie is niet schadelijk voor de kat. Een besmetting met lintworm is te herkennen aan de 'maden' of 'rijstkorreltjes' rond de anus. Een goede vlooienbestrijding voorkomt besmetting.
Uitwendige parasieten
Vlooien zijn de meest voorkomende parasieten bij huisdieren. Het zijn insecten die een bloed maaltijd nodig hebben om zich voort te kunnen planten. Vlooien kunnen katten veel last bezorgen. Door het bloedzuigen kan bij kittens zelfs bloedarmoede optreden. Daarnaast veroorzaken vlooien veel jeuk en onrust. Door bijten, likken en krabben kunnen ernstige huidbeschadigingen ontstaan.
Een goede vlooienbestrijding bestaat uit het hele jaar toedienen van preventieve middelen. Het beste is om zogenaamde insecten groeiremmers (IGR's) te gebruiken die volkomen onschadelijk zijn voor de kat, maar voorkomen dat de vlo zich voortplant. Het huis blijft daarmee vrij van vlooien. Wanneer tijdens het vlooienseizoen buiten vlooien worden opgelopen, kan naast de IGR een middel worden gebruikt om de volwassen vlo te bestrijden.
Teken zijn spinachtige parasieten die voornamelijk actief zijn in vochtige klimaatomstandigheden (voorjaar en herfst). In de winter verkeren ze in een ruststadium. Teken klimmen in grashalmen of struiken en hechten zich vast tot een geschikt dier voorbijkomt. Ze kunnen maanden tot jaren overleven buiten de gastheer. Katten lopen makkelijk teken op als ze in gebieden met struiken en lang gras lopen. Tekenbesmetting kan voorkomen worden door de kat binnen te houden tijdens het tekenseizoen of te voorkomen dat deze door struiken en bossen loopt. In de meeste gevallen is dit geen praktische oplossing en wordt gebruik gemaakt van tekenbestrijdingsmiddelen.
Tips voor een gezonde kat
• Laat de kat jaarlijks controleren en vaccineren door de dierenarts
• Ontworm twee tot vier keer per jaar en bestrijd vlooien het hele jaar door met minimaal een insectengroeiremmer
• Geef de kat voldoende dagelijkse beweging (buiten laten en/of spelen) en voorkom overgewicht
• Poets regelmatig het gebit vanaf de kittenleeftijd
• Stel complete droogvoeding de hele dag beschikbaar.