Home  >  Honden

Alles wat U graag wilde weten over honden.

 

Een hond biedt gezelligheid, blijdschap wanneer u thuiskomt en u kunt er heerlijk mee wandelen. Een hond is daarom ook goed voor de gezondheid van de eigenaar en deze doet snel sociale contacten op tij­ dens het uitlaten.

Een hond schaft u niet in een opwelling aan. Dit dier wordt gemiddeld tussen acht en vijftien jaar oud en u hecht u er snel aan, zodat er afstand van doen niet eenvoudig is. Verder moet er gezorgd worden voor een goede voeding en moet er minimaal vier keer per dag de deur uit worden gegaan voor het uitlaten, ook op wat minder aangename, regenachtige of koude dagen. Daarnaast moet de vacht regelmatig geborsteld en gekamd worden en soms is een trimbeurt nodig. Vergeet tenslotte niet de kosten die gemaakt moeten worden voor hondenvoeding en benodigdheden zoals een mand, de halsband en de dierenarts. Naast de jaarlijkse vaccinatie, vlooien- en wormbestrijding kan een hond ook ziek wor­den of een ongeluk krijgen.


Een pup of een oudere hond

 

Een pup kost tijd, geduld en aandacht en zorgt soms voor wat schade aan kleding en meubilair (bijten, onzindelijkheid). U kunt een pup niet verantwoord nemen en opvoeden zonder de nodige puppytrainingen, die door vele kynologenclubs en andere organisaties worden verzorgd. Alleen dan heeft u lang plezier van uw hond. Een pup past zich gemakkelijker aan kinderen en andere dieren aan dan een ouder dier. Wie voor een oudere hond kiest, van een particulier of uit het asiel, zal moeten wennen aan het reeds aangeleerde gedrag en neemt eventuele problemen op de koop toe.

Een teef is vaak wat aanhankelijker en wordt tweemaal per jaar, gedurende ongeveer twee tot drie weken, loops. Een reu is meestal wat groter en sterker en kan dominanter gedrag vertonen. Als ze seksueel actief worden kunnen ze gemakkelijk weglopen als er een loopse teef in de buurt is, overal tegenaan plassen, voorhuidontsteking krijgen of hyperseksueel gedrag vertonen.

Benodigdheden

Als u een nieuwe hond in huis krijgt moet u een aantal spullen aangeschaft hebben:

• puppyvoeding. Vraag aan de fokker of vorige eigenaar aan wat voor merk de hond gewend is.

• beloningssnacks (mag ook met hondenbrokken)

• halsband op de groei

• riem

• speeltjes

• dierenpaspoort (inentingen en ontwormingen) en adres van de dierenarts

• hondenmand of hondenkussen/­ deken (eerste dagen een grote doos)

• draadkennel/bench (kamerkennel) voor 's nachts en om alleen te leren zijn

• voer- en waterbak

• meld de komst van de hond bij de gemeente voor de hondenbelasting

 

Opvoeding

De hond kan, als afstammeling van de wolf, beschouwd worden als een groepsdier. Binnen de groep (lees ook: het gezin) bestaat De slipketting is in principe niet meer nodig. Sla een hond nooit, maar beloon altijd direct na het gewenste gedrag, anders weet het dier echt niet meer de relatie met de oorzaak te leggen.

Het is belangrijk om tijdens de socialisatieperiode (tussen de drie en twaalf weken oud) een pup te laten wennen aan zoveel mogelijk situaties, andere dieren, mensen en de omgeving. Hij wordt zo vat­ baarder voor vele indrukken van situaties die hij zijn hele leven kan tegenkomen. Hieronder valt ook het autorijden. Korte ritjes met de auto naar het park of bos worden geassocieerd met "leuk" en het dier went er snel aan om zonder problemen vervoerd te worden. Oefen enkele keren per dag vijf tot tien minuten opdrachten op speelse wijze en beloon gewenst gedrag. Gebruik altijd dezelfde korte, eenlettergrepige commando's. Daag de hond niet uit om speels te bijten, dit kan snel gewoonte worden. Geef niet toe aan bedelen en toon geen medelijden als de hond schrikt van bij voorbeeld onweer. Sommige honden blaffen of springen tegen de eigenaar op bij thuiskomst of laten zelfs wat urine lopen van blijdschap. Negeer in dat soort situaties de hond en geef pas aandacht als deze het gewenste gedrag vertoont.


Zindelijk maken

Neem een pup direct mee naar buiten als deze heeft gegeten, gedronken, gespeeld of geslapen. Prijs het dier als hij zijn behoefte op de gewenste plek (goot of struiken) doet. Opsluiten in een bench voorkomt dat hij 's nachts zijn eigen slaapplaats bevuilt. De dierenspeciaalzaak heeft benches (kamerkennels) in vele maten te koop.

Alleen leren zijn

Natuurlijk moet een hond alleen kunnen zijn zonder alles te vernielen of de buurt wakker te blaffen. Dit kan de hond leren door het langzaam op te bouwen. Troosten van een jankende hond is niet de goede reactie, aangezien dit stimuleert om het ongewenste gedrag te herhalen. Negeren is daarom het beste. Opsluiten in de bench, zijn vertrouwde eigen terrein, is vaak de oplossing. Ga niet terug als het dier onverhoopt blaft of jankt. Wacht tot het stil is en laat u dan pas zien.

Wennen aan kinderen

Betrek kinderen bij de opvoeding van een nieuwe pup, maar voorkom dat kinderen de hond bang maken door wild gedrag. Laat een klein kind nooit alleen met een hond en laat een slapende hond met rust. Belangrijk is daarom dat de hond zijn eigen plek heeft waar hij zich kan terugtrekken en niemand hem stoort.

Voeding 

Voeding van de jonge hond

Onder jonge honden verstaan we pups vanaf ongeveer zeven weken tot volwassenheid. Wanneer de hond volwassen is hangt af van de grootte. Kleine rassen (Jack Russell, teckel) zijn al uitgegroeid wanneer ze ongeveer acht maanden oud zijn, terwijl middelgrote rassen (cocker spaniël, stabij) doorgroeien tot een leeftijd van twaalf maanden. Grote rassen (Labrador, bouvier) groeien door tot ze 18 maanden zijn, zeer grote rassen (Duitse dog, sint Bernard) tot ze 24 maanden oud zijn. Kleine en middelgrote rassen heb­ ben tijdens de groei meestal wei­nig problemen, het belangrijkste is dat ze in deze periode van de groei slank gehouden worden.

Heel wat minder eenvoudig ligt het voor die rassen die zwaarder dan twintig kilogram zullen gaan worden. Door de snelle groei en ontwikkeling van het skelet ontstaan er gemakkelijk groeistoornissen als gevolg van een niet uitgebalanceerde voeding. Om voor deze rassen tijdens de groei een verantwoorde voeding te kiezen,is het goed om de volgende zaken in acht te nemen:

• voer een pupvoeding die speciaal geschikt is voor grote rassen en is afgestemd op hun leeftijd

• voeg beslist geen vitaminen of mineralenmengsels, melk of pap toe

• geef géén verse vleesproducten als pens of hart

• zorg dat de hond tijdens de groei zeer slank blijft

• voer vier maal per dag, dus ook 's avonds nog een kleine maaltijd

Ongewenste zaken

• Toevoegen van vitaminen en mineralenmengsels is niet nodig en kan zelfs schadelijk zijn.

• (Orgaan)vlees, vooral van het varken, mag niet rauw gegeven worden en moet dus altijd gekookt worden.

• Onvoldoende ontdooid voer of direct uit de koelkast verstrekt voer kan maag- en darmklachten
veroorzaken.

Botjes van kip (en ander gevogelte) of karbonadebotjes kunnen splinteren en ernstige verwondingen in het maagdarmkanaal veroorzaken. Op speciale kauwkluiven of een stevig bot (schenkel of mergpijp) kunnen ze lekker kauwen en die zijn ook goed voor het gebit.

In principe heeft een hond geen variatie in de voeding nodig. Plotseling overschakelen op een ander voer kan zelfs buikpijn en diarree veroorzaken. Als het nodig is, schakel dan altijd gelei­ delijk om (in ongeveer vier dagen) door het oude en het nieuwe voer eerst te mengen.

Honden kunnen soms diarree van melk krijgen.

Een hond mag beslist geen chocolade eten. De cacao bevat een stof die erg giftig voor de hond is.

 

Voeding van de volwassen hond


De hoeveelheid voeding die een volwassen hond moet eten is erg afhankelijk van het ras (actieve of rustige hond), de hoeveelheid dagelijkse beweging of werk, de leefomgeving (boerderij of flat) en eventuele castratie.

Omdat er erg veel voedingen in de handel zijn, is het erg moeilijk om precies aan te geven hoeveel gram de hond per dag mag eten. De adviezen op de verpakking zijn goede richtlijnen, maar de werkelijk benodigde hoeveelheid is altijd afhankelijk van de activiteit en omstandigheden van de individuele hond. Als een hond teveel eet produceert hij niet alleen veel ontlasting, maar wordt geleidelijk aan ook te dik.

Regelmatig wegen is dus van belang, zowel van de hond als van de hoeveelheid voer. De hoeveelheid voer mag wel wat variëren: op actieve dagen wat meer, op rustige dagen wat minder. Is er een periode, dat de hond minder beweging krijgt, bijvoorbeeld door ziekte van de hond of de eigenaar, slecht weer, winter of andere omstandigheden, dan moet de hoeveelheid voeding aangepast worden. Van belang is dat de hond slank blijft. De voedingstoestand van de hond wordt beoordeeld aan de ribben. Wanneer u met uw vlakke hand de ribben kunt voelen is uw hond niet te dik. Bij sommige rassen moet u de ribben zelfs kunnen zien. Steken ook de bekkenbeenderen erg uit, dan is de conditie te mager. Voelt u een vetlaag(je) op de ribben, dan is het verstandig de hoeveelheid voeding naar beneden bij te stellen. Verminder de hoeveelheid met 15%, geef hem meer beweging en beoordeel de hond na een maand nog eens.

De gecastreerde hond

Het verwijderen van de geslachts­organen (en dus van de geslachts- hormonen) heeft een duidelijk effect op de stofwisseling van een reu en een teef. Dit wordt bij de teef gewoonlijk sterilisatie genoemd, maar de juiste naam is castratie.

• het energieverbruik van een dier na castratie daalt sterk (wel 20- 30 %)

• een gecastreerde hond beweegt minder

• het vrouwelijk geslachtshormoon heeft een geringe eetlust remmende werking. Bij het wegvallen van dit hormoon neemt de trek dus toe.

Terwijl de behoefte aan energie duidelijk is afgenomen, neemt de eetlust toe. Hierdoor lijden gecastreerde dieren twee keer zo vaak aan overgewicht als niet gecastreerde dieren. In de praktijk betekent dit dat u er verstandig aan doet uw hond na de castratie 15-25% minder voer te geven en de hond regelmatig te wegen. Doe dit bijvoorbeeld het eerste halve jaar na de castratie eens per maand en bekijk kritisch de hoeveelheid voer die u geeft.

De oudere hond

Er is een aantal redenen om de voeding van de senior hond (kleine rassen vanaf zeven, zeer grote rassen vanaf vijf jaar) aan te passen. De belangrijkste zijn: een toegenomen kans op ziekten, overgewicht door veroudering van verschillende organen en verminderde weerstand en gewrichtsaandoeningen. Veel senioren bewegen minder. Seniorenvoeding bevat minder energie zodat overgewicht kan worden voorkomen en daarnaast worden in veel senioren voedingen extra voedingstoffen voor het gewrichts­ kraakbeen toegevoegd. Naarmate de hond ouder wordt, neemt de kans op ziekten van onder andere de nieren en het hart toe. Om die reden worden onder meer zouten als natrium en fosfor in seniorenvoeding beperkt. De afweer van een oudere hond vermindert, terwijl het verouderingsproces veel schadelijke afvalstoffen oplevert. In het seniorenvoer worden tegenwoordig vaak extra beschermende stoffen (anti-oxidanten) gedaan die het afweersysteem helpen het lichaam gezond te houden.

Hoe vaak voeren

Geef kleine en middelgrote volwassen honden liefst twee keer per dag te eten. Grote honden moeten tenminste twee keer per dag gevoerd worden om de kans op een maagdraaiing te verkleinen. Geef grote honden daarnaast na het eten minimaal twee uur rust. Dus niet spelen of rennen.

Drinken

Gewoon kraanwater is prima om de dorst mee te lessen. Zorg dat er altijd fris water klaar staat. De hoeveelheid die gedronken wordt is erg afhankelijk van de omgevingstemperatuur, de hoeveelheid activiteit en de voeding: honden die hijgen verdampen veel water via hun tong en drinken soms meer. In droogvoer zit veel minder vocht dan in natvoer: Honden die brokken eten drinken meer dan honden die blikvoer, diepvries of diner eten. Als richtlijn voor een hoeveelheid vocht die per 24 uur wordt ingenomen is een halve liter per 10 kilo lichaamsgewicht. Hierbij moet dan al het vocht worden meegerekend, dus ook het water in het dinervoer, de hoeveelheid in het blikvoer en dat wat de hond nog eventueel buiten drinkt.

Huisvesting en verzorging

Zorg ervoor dat een hond zijn eigen vaste ligplek heeft in huis. Dit kan een mand, doos, deken of bench zijn. Probeer materiaal te nemen dat wasbaar of makkelijk te reinigen is.

Als de hond buiten woont (wat geen probleem is voor de meeste grote rassen), dan moet een tocht- vrije, beschutte ruimte aanwezig zijn, vorstvrij boven de grond met isolerend materiaal. In de praktijk komt dit nog maar zeer zelden voor in ons land.

Voor de voer- en drinkbak geldt dat deze goed te reinigen moeten zijn.

Laat uw hond tijdens de eerste vaccinatie chippen bij de dierenarts. Na registratie van de gegevens is de eigenaar altijd direct terug te vinden door asiel, dieren­arts of dierenambulance wanneer hij is weggelopen, verdwaald of een ongeluk heeft gehad.

De vachtverzorging van een hond is erg belangrijk. Borstel of kam een hond, afhankelijk van de leng­ te van de vacht en de ruiperiodes, één tot twee keer per week, lang­harige honden zelfs dagelijks. Controleer meteen of er vlooien of teken aanwezig zijn en kijk of de oren schoon zijn. In de meeste gevallen hoeft u niets aan oren te doen, tenzij er overmatig oor­smeer wordt geproduceerd of er regelmatig ontsteking optreedt. Dan kunt u met een oorcleaner de oren één tot twee keer per week reinigen. Probeer nooit met wat­ tenstaafjes het oor te reinigen. Een hond hoeft niet regelmatig gewas­sen te worden. Alleen wanneer de vacht erg vies is geworden of stinkt, kan met een speciale hon­ denshampoo een wasbeurt worden uitgevoerd. Te veel wassen kan leiden tot uitdroging van de huid en uiteindelijk tot een droge, schilferige vacht met soms ook een huidontsteking.

Een hond moet zeker drie tot vier keer per dag worden uitgelaten. Allereerst om zijn behoefte te doen, maar ook om zijn lichaamsbeweging te krijgen en zijn gedrag te kunnen uiten (snuffelen, spelen, territoriumgedrag, andere honden ontmoeten enzovoort). Bepaalde hondenrassen, zoals de border collie moeten vele kilometers lopen om te voorkomen dat er gedrags problemen ontstaan. Beweging is ook belangrijk voor de conditie van het dier. Het voorkomt niet alleen de kans op overgewicht, maar zorgt ook voor gezonde spieren, hart en bloedvaten. Hoe lang de hond moet worden uitgelaten hangt af van verschillende factoren, zoals het ras, zijn gedrag en de leeftijd. Voorkom met name bij grote rassen dat er te wild wordt gespeeld en overbelasting optreedt van de gewrichten. Voorkom in huis trappenlopen, dit is slecht voor de heupen.

 

Gezondheid

Gebitsverzorging

Een hond krijgt normaal gesproken geen last van gaatjes (cariës), maar wel, net als de mens, van tandplak en tandsteen. Dit beschadigt het tandvlees en vervolgens de wortels van tanden en kiezen, die dan los gaan zitten. Slechte adem, ontsteking en uitval van tanden en kiezen is het gevolg. In deze gevallen zijn vervelende behandelingen onder narcose nodig bij de dierenarts.

Dit alles kan op relatief eenvoudige wijze worden voorkomen. Probeer uw hond als pup te wennen aan het dagelijkstandenpoetsen. Hiervoor zijn speciale tandenborstels en tandpasta bij de dierenarts en dierenspeciaalzaak verkrijgbaar. Doe dit bijvoorbeeld 's avonds na de laatste wandeling. Zo behoudt uw hond levenslang een glanzend en gezond gebit en stinkt hij niet uit zijn bek. Er kunnen ook speciale brokken en kauwproducten voor het gebit gegeven worden die de vorming van tandsteen helpen tegengaan.

Castratie

Het is een wijdverbreid misverstand dat een teef eerst een nest gehad moet hebben voordat ze gecastreerd kan worden (wegnemen van de geslachtsorganen). Een teef kan in principe twee tot drie maanden na de eerste loopsheid gecastreerd worden. Vroege castratie (na de eerste loopsheid) heeft als voordeel dat de kans aanzienlijk kleiner wordt dat er op oudere leeftijd melkkliertumoren ontstaan. Tijdens de loopsheid zal er geen uitvloeiing meer optreden en blijven de reuen dus van uw deur weg. Bovendien bestaat er niet langer risico op baarmoeder ontsteking. Het is ook mogelijk een antiloopsheidinjectie te geven, maar dit wordt alleen in bepaalde gevallen geadviseerd. Overleg daarvoor met uw dierenarts. Als het nodig is kan de reu gecastreerd worden als deze is uitgegroeid. De dieren worden vaak wat rustiger, lopen niet meer weg en eventuele voorhuidontsteking verdwijnt.

 

Vaccinaties

Het vaccinatieschema voor de hond wordt afgestemd op de omstandigheden, de zogenaamde "vaccinatie op maat". In de praktijk betekent dat veelal dat er het ene jaar een zogenaamde cocktail wordt gegeven bestaande uit parvo, hondenziekte, leverziekte, para-influenza en de ziekte van Weil. Dit wordt afgewisseld met een vaccinatie tegen parvo en ziekte van Weil in het andere jaar. De vaccinatie tegen hondsdolheid (rabiës) kan vanaf twaalf weken eenmalig worden toegediend. Wanneer u uw hond wilt meenemen naar het buitenland, moet deze enting echter jaarlijks worden gegeven. Het kennelhoestvaccin wordt gegeven aan honden die naar een kennel of pension gaan of in besmet milieu verkeren. De enting tegen kennelhoest wordt voor het eerst gegeven op een leeftijd van twaalf weken. In het eerste levensjaar moet deze enting één keer worden herhaald, minimaal twee weken na de eerste vaccinatie. Elke farmaceutische fabrikant hanteert een vaccinatieadvies dat afgestemd is op zijn entstof. Er zijn daarom (kleine) onderlinge verschillen mogelijk.

Inwendige parasieten

Honden worden besmet geboren met een spoelworminfectie en kunnen deze ook later in het leven weer oplopen. Dit kan vooral bij pups problemen veroorzaken van het maagdarmkanaal. De larven van deze worm kunnen de mens besmetten als deze de eitjes uit de omgeving opneemt (vooral kinde­ ren). Een goede preventie is daar­om van het grootste belang. Pups worden ontwormd op een leeftijd van twee, vier, zes en acht weken en vervolgens op een leeftijd van 16 en 24 weken. Teven worden tegelijk met de pups ontwormd, zolang deze nog melk drinken. Alle volwassen honden moeten twee tot vier keer per jaar worden ontwormd.

De hond kan ook besmet worden met de hondenlintworm die wordt overgebracht door vlooien. De infectie is niet schadelijk voor de hond. Een besmetting met lint­ worm is te herkennen aan de 'maden' of 'rijstkorreltjes' rond de anus van de hond. Een goede vlooienbestrijding voorkomt besmetting.

Uitwendige parasieten

Vlooien zijn de meest voorkomende parasieten bij huisdieren. Het zijn insecten die een bloedmaaltijd nodig hebben om zich voort te kunnen planten. Vlooien kunnen honden veel last bezorgen. Door het bloedzuigen kan bij pups zelfs bloedarmoede optreden. Daarnaast veroorzaken vlooien veel jeuk en onrust. Door bijten, likken en krabben kunnen ernstige huidbeschadigingen ontstaan. Een goede vlooienbestrijding bestaat uit het hele jaar toedienen van middelen die de aanwezigheid van vlooien voorkomen. Het beste is om zogenaamde insectengroei-remmers (IGR's) te gebruiken die volkomen onschadelijk zijn voor de hond, maar voorkomen dat de vlo zich voortplant. Het huis blijft daarmee vrij van vlooien. Wanneer tijdens het vlooienseizoen buiten vlooien worden opgelopen, kan naast de IGR een middel worden gebruikt om de volwassen vlo te bestrijden.

 

 

Teken zijn spinachtige parasieten die voornamelijk actief zijn in vochtige klimaatomstandigheden (voorjaar en herfst). In de winter verkeren ze in een ruststadium. Teken klimmen in grashalmen of struiken en hechten zich vast tot een geschikt dier voorbijkomt. Ze kunnen maanden tot jaren overleven buiten de gastheer. Honden lopen makkelijk teken op als ze worden uitgelaten in gebieden met struiken en lang gras. Tekenbesmetting kan voorkomen worden door de hond binnen te houden tijdens het tekenseizoen of te voorkomen dat deze door struiken en bossen loopt. In de meeste gevallen is dit geen praktische oplossing en wordt gebruik gemaakt van tekenbestrijdingsmiddelen.

 

 

Tips voor een gezonde hond

 

• Laat de hond jaarlijks controleren en vaccineren door de dierenarts

• Ontworm twee tot vier keer per jaar en bestrijd vlooien het hele jaar door met minimaal een insectengroeiremmer

• Geef de hond voldoende dagelijkse beweging en voorkom overgewicht

• Voorkom trappenlopen en te wild spelen, vooral tijdens de groei

• Poets dagelijks het gebit vanaf pupleeftijd, bijvoorbeeld na de laatste keer uitlaten 's avonds

• Geef kant en klare voeding: twee keer per dag droog- of blikvoeding

• Borstel of kam regelmatig de vacht